header

Goede voorbereiding is het halve werk

Toetsingsgesprek bij DNB

door Mark de Wijs, SPO

Binnenkort aan de beurt voor een toetsingsgesprek met toezichthouder De Nederlandsche Bank? Menig aspirant-pensioenbestuurder kijkt er naar uit als naar een bezoek aan de tandarts. En dat is niet verwonderlijk. Want beoordeeld worden op geschiktheid voor een functie die je ambieert, dat is een spannende belevenis. Een moment immers waarin je persoonlijke en zakelijke reputatie potentieel in het geding is.

Al beweert DNB het tegendeel, het toetsingsgesprek is als sluitstuk van de gehele toetsingsprocedure een soort mondeling examen. Met wel een paar wezenlijke verschillen: de getoetste kandidaat ontvangt diploma noch cijfer. Slaag je, dan is een verklaring van geen bezwaar de hoogst haalbare trofee. En zak je? Dan is het einde oefening. Een herkansing wordt niet gegeven. Bij een examen zijn leerdoelen en examenstof over het algemeen nauw omschreven. Maar hoe zit dat bij het toetsingsgesprek? Wat wordt er van je verwacht?

Eén ding staat vast: voor een succesvol toetsingsgesprek is een goede voorbereiding het halve werk. Die voorbereiding bestaat over het algemeen uit een lang traject. Want om geschikt te raken én bevonden te worden als pensioenbestuurder, wordt er heel wat van je gevraagd. DNB toetst bovendien op directe geschiktheid; de opleiding en het inwerken moeten dus plaatsvinden voorafgaand aan het toetsingsgesprek.

Het gaat bij opleiding en inwerken naast het opdoen van algemene kennis vooral om kennis van en ervaring bij het eigen pensioenfonds. Want DNB ziet geschiktheid als situationeel afhankelijk. De eisen die aan geschiktheid worden gesteld hangen onder meer samen met de omvang, complexiteit en het risicoprofiel van het betreffende fonds. Dat betekent dat, al dan niet op onderdelen, ook eisen gesteld kunnen worden die hoger liggen dan het zogenoemde geschiktheidsniveau A: niveau B of zelfs B+ kan in bepaalde gevallen vereist zijn. Die eisen moeten gevangen zijn in het geschiktheidsplan van het fonds.

In het oordeel kijkt DNB niet alleen naar deskundigheid. Ook competenties en professioneel bestuurlijk gedrag maken een wezenlijk onderdeel uit van de toetsing. Daarbij wordt rekening gehouden met de samenstelling van het bestuur als geheel en met de complementariteit van bestuursleden. Bestuurlijke kwalificatie is al met al de resultante van inhoudelijke kennis en bestuurlijke vaardigheden, toegepast binnen de context van het eigen fonds.

Veelheid aan onderwerpen

Een precieze voorspelling over het verloop van een toetsingsgesprek is niet te geven, omdat DNB geen vaste gespreksstructuur hanteert. Maar op het lijstje van potentiele gespreksonderwerpen staat vanzelfsprekend wel een aantal usual suspects dat een grote kans maakt de revue te passeren. Het is dus zaak je op die onderwerpen grondig voor te bereiden. Ik noem er hier slechts een paar.

  • Toekomstbestendigheid: wat is de visie van de kandidaat op de toekomstbestendigheid van het eigen fonds? Hoe denkt de kandidaat te kunnen bijdragen aan versterking of borging ervan?
  • Hoe ziet het governance-model van het fonds eruit? Functioneert dat model naar het oordeel van de kandidaat naar behoren? Wat gaat goed en wat kan beter? Hoe ziet de kandidaat de eigen rol in het functioneren van het bestuur?
  • Hoe staat het met de financiële situatie van het fonds? En wat vindt de kandidaat daarvan?
  • Hoe zit het beleggingsbeleid van het fonds in elkaar? En waarom is het ingericht zoals het is? Wat is de risicohouding van het fonds en waar is die op gebaseerd?
  • Hoe kijkt de kandidaat aan tegen evenwichtige belangenafweging door het fonds?
  • Hoe zit het met de uitbesteding? Hoe is die geregeld en hoe houdt het fonds controle op de uitvoering van uitbestede zaken?

Professioneel gedrag en houding

Zoals gezegd gaat het bij de geschiktheidsvraag niet alleen om inhoudelijke kennis, maar spelen ook andere competenties en professioneel bestuurlijk gedrag een belangrijke rol. DNB tracht daarvan ook tijdens het afsluitende toetsingsgesprek een goed beeld te krijgen. Zo is men altijd benieuwd naar de motivatie van de kandidaat. Motiveren waarom je bestuurder wilt worden bij fonds X klinkt misschien in eerste instantie niet als een al te ingewikkelde opgave, maar de ervaring leert dat het niet voor iedereen eenvoudig is. Vaak gaat het om een combinatie van motiverende argumenten als inhoudelijke en professionele belangstelling, het voelen van maatschappelijke verantwoordelijkheid en betrokkenheid bij het fonds, het bedrijf of de sector waarin het fonds opereert. Een ander aspect van professioneel bestuurlijk gedrag waar DNB benieuwd naar is, is de vraag hoe de kandidaat omgaat met druk die wordt uitgeoefend. Dat kan bijvoorbeeld de druk zijn die een werkgever uitoefent op een werknemersbestuurder binnen een ondernemingspensioenfonds of de druk die kan worden uitgeoefend om bij uitbesteding voor een bepaalde (al dan niet interne) voorkeurspartij te kiezen.

Bungelen

Bij een toetsingsgesprek heb je als kandidaat minstens twee en vaak drie vertegenwoordigers van DNB tegenover je zitten. Bij sommige kandidaten overheerst na afloop het gevoel een kruisverhoor te hebben doorstaan. Dat gevoel wordt nog versterkt doordat tijdens het gesprek geen feedback wordt gegeven over het verloop van de sessie. Het kan daardoor lastig zijn zelf in te schatten of je het er goed vanaf brengt.

Voorbereiding van groot belang

DNB bereidt zich grondig voor op het toetsingsgesprek. Het is zaak dat de kandidaat en het betreffende pensioenfonds de voorbereiding net zo serieus nemen. Het is van belang alle documenten op orde te hebben en er bewust van te zijn welke zaken DNB belangrijk vindt bij het eigen fonds. Om met zelfvertrouwen het toetsingsgesprek te voeren, is het aan te raden het gesprek vooraf te oefenen. Zo kan worden gewend aan de setting én kunnen lacunes in de eigen kennis en voorbereiding worden opgespoord. Zodat de kandidaat goed beslagen ten ijs komt.