header

DNB Toezichtacademie en SPO: samen op zoek naar geschiktheid

Bestuurders en toezichthouders hebben méér met elkaar gemeen dan in je in eerste instantie zou denken. Dat was een verrassende uitkomst van een gesprek over geschiktheid en opleiden tussen Olaf Sleijpen, directeur Toezicht van DNB, Marc Schrijver, manager van de DNB Toezichtacademie en SPO-directeur Mark de Wijs. Net als pensioenfondsbestuurders moeten toezichthouders blijven leren om geschikt te blijven. Welke gemeenschappelijke lessen vallen er uit het gesprek te trekken? 

Les 1: Kennis alleen is niet voldoende!
De pensioensector is druk doende met opleiden. De nieuwe term geschiktheid vraagt van bestuurders niet alleen kennis, maar voegt daar competenties en professioneel gedrag aan toe. Ondertussen zit de toezichthouder zelf ook niet stil op het gebied van educatie. Want ook het toezicht moet naar een hoger plan. Om die reden is zo’n tweeënhalf jaar geleden de DNB Toezichtacademie opgericht: een expertisecentrum voor interne toezichthouders op het gebied van leren en ontwikkelen. Net als bestuurders moeten toezichthouders over meer dan kennis alleen beschikken. De Toezichtacademie hanteert daarbij drie pijlers: vakmanschap, meesterschap en leiderschap. Schrijver licht toe: “Vakmanschap gaat over kennis en praktische vaardigheden. De kernvraag bij toezicht is: wanneer grijp je in? Dat heeft te maken met meesterschap. Zoiets leer je niet uit een boekje. Dat is gebaseerd op ervaring en oordeelsvorming. Uiteindelijk gaat het om leiderschap. Om anderen te kunnen aansturen, moet je eerst jezelf kennen. Alleen dan kun je handelen vanuit gezag en ben je veel effectiever.”

Les 2: Ken jezelf!
Ook voor fondsbestuurders is inzicht in jezelf een belangrijk onderdeel van professioneel gedrag. De Wijs: “Weet ik voor mijzelf of ik het bestuurswerk aan kan? Heb ik voldoende tijd, met welke attitude doe ik het? Wat breng ik in binnen een bestuur en hoe verhoudt zich dat tot het collectief? Dit bewustwordingsproces is nu gaande binnen de bestuurswereld. Bestuurders komen deze zaken ook tegen in onze programma’s.” Sleijpen: “Professioneel gedrag is moeilijk aan te leren. Je kunt het pas meten als iemand actief is. Dat maakt het lastig. Sommige pensioenfondsbestuurders hebben geen bestuurlijke ervaring. Als het dan tegenvalt, moet je jezelf de vraag stellen: is dit wel echt mijn ding? Daar moeten mensen zelf achter komen. Hetzelfde geldt overigens ook voor toezichthouders.” De Wijs: “Er is nog geen model voor professioneel gedrag. Na de zomer komt SPO met een model om professioneel gedrag handen en voeten te geven.”

Les 3: Ambitie leidt naar geschiktheid
De eerste stap om geschiktheid vorm te geven is het formuleren van de ambitie. Wil je het beste pensioenfonds zijn? Een volger of een leider? De ambitie is sturend voor de bemensing van een bestuur en de investering in ontwikkeling. De Wijs: “De lat ligt hoog. Als een fonds niet aan de eisen kan voldoen, de posities niet kan invullen, kan dat een reden zijn om te stoppen. Daarentegen als fondsen ervoor kiezen om geschiktheid echt in te vullen, zie je de professionaliteit toenemen.” Schrijver: “Hoeveel tijd kun je investeren om je ambitie te realiseren? De waan van de dag is soms een struikelblok, ook bij ons. Als er problemen zijn bij fondsen, gaan die voor. Dat is wel eens jammer, want vandaag investeren in je ontwikkeling is investeren in het toezicht van morgen.”

Les 4: Reflectie is een krachtig middel
Blijven leren is belangrijk voor bestuurders en toezichthouders. Eenmalig een opleiding volgen volstaat niet. Sleijpen: “Bij DNB streven wij erg naar zelfreflectie. Voortdurend evalueren. Dat is een enorm krachtig middel. Wat ging er goed, wat wil ik vasthouden, wat kan er beter? Dat is lerend veranderen. Die manier van leren zou ik nog iets meer willen zien bij pensioenfondsen.” De Wijs: “Een bestuursvoorzitter kan hier een belangrijke rol in spelen. Bijvoorbeeld door na afloop van een vergadering samen te kijken: hoe ging deze vergadering, wat is jullie opgevallen? SPO heeft ook een workshop voor voorzitters om op dat proces te sturen.”

Les 5: Bestuurders en toezichthouders hebben hetzelfde doel
De term geschiktheid is zeker nog niet uitgekristalliseerd. Partijen in het veld zijn bezig er vorm en inhoud aan te geven. Daarbij zullen SPO en DNB Toezichtacademie in de toekomst vaker bij elkaar te rade gaan. Daar kunnen bestuurders én toezichthouders van profiteren. Sleijpen: “Het is niet ‘zij’, het is ‘wij’. Bestuurders en toezichthouders hebben uiteindelijk hetzelfde doel: zorgen dat die deelnemer een goed pensioen krijgt. We moeten de dialoog aangaan. Het is goed om te weten wie er aan de andere kant van de lijn zit.”

Een uitgebreidere weergave van het gesprek tussen Mark de Wijs, Olaf Sleijpen en Marc Schrijver vindt u in het komende nummer van SPOtlight.

Marc Schrijver, medeoprichter van DNB Toezichtacademie, werkt sinds juli 2013 niet meer bij DNB. Hij heeft zijn werkzaamheden verlegd naar de Wereldbank in Washington. Schrijver wordt opgevolgd door David Schelhaas.